De staat van het financieel evenwicht van het meerjarenplan (schema M2) bevat per jaar een raming van:
- het beschikbaar budgettair resultaat
- de autofinancieringsmarge:
- de gecorrigeerde autofinancieringsmarge.
De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW bevat ook het financiële evenwicht van het autonome gemeentebedrijf. Zo wordt het totale beschikbaar budgettair resultaat, de totale autofinancieringsmarge en de totale gecorrigeerde autofinancieringsmarge voor de hele groep getoond. Het is een consolidatie op het niveau van de directe partners van de gemeente en het OCMW.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Want dat betekent dat het bestuur het geplande beleid kan realiseren binnen de financiële mogelijkheden zonder een hypotheek te leggen op de toekomst. Artikel 16 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 bepaalt dat het meerjarenplan (en de aanpassing ervan) financieel in evenwicht is als:
1. het geraamde beschikbaar budgettair resultaat voor elk jaar minstens gelijk is aan nul;
2. en de geraamde autofinancieringsmarge van het laatste jaar van de periode van het meerjarenplan groter is dan of gelijk aan nul.
1° Het beschikbaar budgettair resultaat
De eerste voorwaarde is bedoeld om op de korte termijn (periode van één jaar) te zorgen voor een financieel evenwicht: het toestandsevenwicht. Als het beschikbaar budgettair resultaat elk jaar groter is dan of gelijk aan nul, betekent dat gewoon dat het bestuur aan het einde van het jaar meer budgettaire middelen overhoudt dan het heeft uitgegeven (of plant uit te geven).
2° De autofinancieringsmarge
De tweede voorwaarde stuurt aan op een financieel evenwicht op de lange termijn (gedurende de periode van het meerjarenplan): het structurele evenwicht. Dat evenwicht wordt aangetoond als de geraamde autofinancieringsmarge van het laatste jaar van het meerjarenplan groter dan of gelijk is aan nul.
Een positief resultaat betekent dat het bestuur meer middelen genereert (of overhoudt) dan nodig, om zijn leningen te kunnen terugbetalen. En dus is er marge om zelf nieuwe investeringen te financieren of om bijkomende leningen aan te gaan en de hieruit voortvloeiende leningslasten te kunnen dragen. De autofinancieringsmarge betekent dus letterlijk de marge waarbinnen het bestuur zelf in staat is om nieuwe investeringen te financieren (hetzij zelf, hetzij via bijkomende leningen).
De autofinancieringsmarge moet op het einde van de planningsperiode positief zijn. Zo garandeert het bestuur dat geen hypotheek gelegd wordt op de toekomstige bestuursperiode(n). Een positieve autofinancieringsmarge aan het eind van het meerjarenplan geeft financiële ademruimte voor de volgende bestuursploeg.